ECLI:NL:RBDHA:2020:2497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 januari 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De zitting vond plaats op 6 februari 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder. Er werd een getuige gehoord en het onderzoek werd geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen te reageren op een verklaring van de getuige. Na ontvangst van de reacties van partijen werd het onderzoek op 2 maart 2020 gesloten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat inmiddels op 20 maart 2020 uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.1565), is het verzoek om voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.