ECLI:NL:RBDHA:2020:2447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bestreden besluit verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens is de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd geweigerd en is geen uitstel van vertrek verleend. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Tijdens de zitting op 4 maart 2020, waarin ook een gerelateerde zaak werd behandeld, verscheen verzoeker bijgestaan door een gemachtigde en met een tolk. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is een voorlopige voorziening niet meer toegestaan.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.