Uitspraak
[verdachte],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
De vordering
De beoordelingDe rechtbank overweegt als volgt.
Beslissing
519 (vijfhonderdnegentien) dagen gevangenisstraf.
mr. C.W. de Wit, voorzitter,
Rechtbank Den Haag
De veroordeelde was in 2013 veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en werd in 2017 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder toezicht door de reclassering en het melden van zijn financiële situatie.
Na eerdere gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in 2017 en 2019, stelde de officier van justitie in februari 2020 een nieuwe vordering tot herroeping in omdat de veroordeelde zich niet hield aan de voorwaarden. De veroordeelde verscheen niet op de zitting, zijn raadsman voerde aan dat de veroordeelde uit veiligheidsoverwegingen uit het zicht wilde blijven.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden heeft overtreden door zijn enkelband door te knippen en geen contact meer te onderhouden met de reclassering. Ondanks maatregelen ter bescherming was hij niet bereid mee te werken. De rechtbank wees het verweer af en besloot de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen, waardoor het resterende deel van 519 dagen gevangenisstraf moet worden uitgezeten.
Uitkomst: De rechtbank herroept de voorwaardelijke invrijheidstelling en gelast de uitvoering van 519 dagen gevangenisstraf.