ECLI:NL:RBDHA:2020:2234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek staatloze Palestijnse uit Libanon wegens land van gebruikelijke verblijfplaats en UNRWA-bescherming
Eiseres, een staatloze Palestijnse vrouw geboren in Libanon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij Libanon had verlaten vanwege discriminatie en verslechterde leefomstandigheden, en dat zij vreest voor haar broers die mogelijk teruggestuurd worden naar Syrië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats werd aangemerkt en eiseres bescherming geniet van UNRWA. De rechtbank oordeelde dat eiseres vrijwillig Libanon heeft verlaten en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer vervolging of ernstige schade zal ondervinden.
Eiseres voerde aan dat Libanon geen gebruikelijke verblijfplaats is en dat de situatie verslechterd is, maar de rechtbank vond dat de aangevoerde rapporten en verklaringen onvoldoende bewijs boden om de afwijzing te weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de uitsluitingsgrond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is en dat de asielaanvraag terecht is afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats en UNRWA-bescherming.