ECLI:NL:RBDHA:2020:2233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek staatloze Palestijn met verblijf in Libanon
Eiser, een staatloze Palestijn geboren in Libanon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij Libanon onvrijwillig had verlaten vanwege discriminatie, hoge kosten voor scholing en het ontbreken van legaal werk, en dat hij vreest voor uitzetting naar Syrië en militaire dienstplicht.
De staatssecretaris achtte zijn identiteit en redenen voor vertrek geloofwaardig, maar stelde dat Libanon zijn land van gebruikelijke verblijfplaats is en dat hij daar bescherming van UNRWA ontvangt. De rechtbank oordeelde dat eiser vrijwillig uit Libanon is vertrokken en dat de uitsluitingsgrond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
Eiser voerde aan dat de situatie in Libanon verslechterd is en dat hij geen verblijfsrecht meer heeft, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook zijn beroep op beleidswijzigingen werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer en dat zijn asielaanvraag terecht is afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.