ECLI:NL:RBDHA:2020:2204
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden in Dublin-Zweden zaak
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft op 2 september 2019 zijn zesde asielaanvraag in Nederland ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening. Eerder is eiser tweemaal overgedragen aan Zweden, maar hij keerde telkens terug naar Nederland.
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van 14 januari 2020, maar heeft nagelaten de gronden van het beroep tijdig kenbaar te maken. De rechtbank bood een herstelmogelijkheid van vijf werkdagen, maar ook binnen die termijn werden de gronden niet ingediend. Pas na het verstrijken van deze termijn werden de gronden alsnog ingediend, wat niet toelaatbaar is.
De rechtbank overweegt dat de psychische problematiek van eiser reeds bekend was en geen bijzondere omstandigheden oplevert om af te wijken van de regels. Ook is geen evident risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Zweden gebleken. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.