ECLI:NL:RBDHA:2020:2145
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening ongeldigverklaring rijbewijs na rijden onder invloed van amfetamine
Verzoeker is op 5 maart 2019 staande gehouden vanwege rijden onder invloed van amfetamine. Uit bloedonderzoek bleek een concentratie van 460 microgram per liter, ruim boven de grenswaarde van 50 microgram. Het CBR verklaarde het rijbewijs van verzoeker ongeldig vanaf 16 januari 2020 na een psychiatrisch onderzoek dat drugsmisbruik concludeerde, hoewel verzoeker stelde dat hij was gestopt en geen verslaving had.
Verzoeker betoogde dat hem ten onrechte geen cautie was gegeven en dat het psychiatrisch onderzoek onrealistisch was. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de psychiater terecht ook de verklaringen van verzoeker meehield. De strafrechtelijke procedure was afgerond met een geldboete en rijontzegging, en verzoeker had zijn beroep op onschuldpresumptie ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van het CBR een bestuurlijke maatregel is gericht op verkeersveiligheid en dat het beroep op onschuldpresumptie niet doorslaggevend is in het bestuursrecht. Gezien de ernst van het drugsmisbruik en de wettelijke voorschriften kon het besluit standhouden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.