ECLI:NL:RBDHA:2020:2130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken familierechtelijke relatie en onvoldoende emotionele banden
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij referent. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat er geen sprake was van 'more than normal emotional ties' en dus geen beschermenswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat door de echtscheiding tussen de dochter van eiseres en referent de familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent is verbroken. Hierdoor hoeft niet te worden beoordeeld of sprake is van familie- of gezinsleven tussen hen.
Verder is vastgesteld dat de dochter en kleinzoon van eiseres niet in Nederland verblijven, maar in Libanon. Er is onvoldoende bewijs van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar kleinzoon. Ook is niet aangetoond dat eiseres financieel afhankelijk is van haar dochter of dat zij zonder mantelzorg van referent niet kan functioneren.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een familierechtelijke relatie en onvoldoende emotionele banden.