ECLI:NL:RBDHA:2020:2128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheid bij MVV-aanvraag
Eiseres, een Syrische vrouw met medische klachten die mantelzorg en financiële ondersteuning nodig heeft, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om bij haar dochter te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af vanwege het ontbreken van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar dochter, wat vereist is voor gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiseres hulpbehoevend is en haar dochter haar financieel onderhoudt, er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat die het normale emotionele verband overstijgt. De zorg wordt ook geleverd door andere familieleden en derden, en de dochter verblijft sinds 1991 in Nederland zonder samen te wonen met eiseres. Daarnaast werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres de vereiste antecedentenverklaring niet kan overleggen.
Eerder had de rechtbank een eerdere afwijzing vernietigd omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd en eiseres niet had gehoord. In deze procedure handhaafde de staatssecretaris het standpunt, wat de rechtbank nu bevestigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie.