ECLI:NL:RBDHA:2020:2094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene met schizofreniespectrumstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1992. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, gepaard gaand met ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade.
Uit de overgelegde medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen. Betrokkene zelf steunt het verzoek en erkent de noodzaak van de zorg als stok achter de deur. De verpleegkundig specialist gaf aan dat niet alle voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn, maar dat toezicht en begeleiding onmisbaar zijn.
De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde zorgmaatregelen proportioneel en evenredig zijn en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid tot opname en diverse medische en toezichtmaatregelen, en eindigt zodra een passende woonvorm beschikbaar is en verdere zorg noodzakelijk blijft. Het verzoek tot meer of andere zorg werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse medische en toezichtmaatregelen aan betrokkene.