ECLI:NL:RBDHA:2020:1697
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende vertrouwen in zelfbeheer financiën
Verzoeker heeft bij de kantonrechter een verzoek ingediend tot opheffing van het bewind dat in 2016 over zijn goederen is ingesteld vanwege zijn geestelijke toestand en onvermogen om zijn financiën te beheren.
Hoewel verzoeker aangeeft dat zijn situatie is verbeterd en hij zijn financiën zelf wil beheren, is de bewindvoerder van mening dat het bewind nog steeds noodzakelijk is ter bescherming tegen schulden en twijfelt zij aan het vermogen van verzoeker om snel en adequaat financiële beslissingen te nemen.
De kantonrechter overweegt dat het bewind alleen kan worden opgeheven indien het niet meer nodig of niet zinvol is. Er is onvoldoende bewijs, zoals een medische verklaring, dat verzoeker nu volledig in staat is zijn financiële belangen te behartigen.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en blijft het bewind gehandhaafd. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat het bewind niet meer nodig is.