ECLI:NL:RBDHA:2020:1589
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gedeeltelijke openbaarmaking documenten dierenwelzijn
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om op een informatieverzoek van een derde gedeeltelijke openbaarmaking van documenten over dierenwelzijn toe te staan. Na een eerdere voorlopige voorziening die het primaire besluit schorste, heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of de openbaarmaking terecht is, een indringende beoordeling vergt die niet in een voorlopige voorziening kan worden gedaan. Daarom wordt een belangenafweging gemaakt, waarbij het belang van verzoeker bij niet-openbaarmaking wordt meegewogen tegen het belang van de minister bij openbaarmaking.
Gezien het feit dat verzoeker in het verleden het doelwit was van actievoerders en dat het fotomateriaal mogelijk herleidbaar is tot zijn bedrijf, wordt verzoeker in de gelegenheid gesteld in de beroepsprocedure aan te geven welke informatie tot zijn bedrijf herleidbaar is. De voorzieningenrechter acht het belang van verzoeker bij niet-openbaarmaking in afwachting van de beroepsprocedure zwaarder dan het belang van de minister bij onmiddellijke openbaarmaking. Daarom wordt het besluit geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep.
Uitkomst: Het besluit tot gedeeltelijke openbaarmaking wordt geschorst tot zes weken na uitspraak op het beroep.