ECLI:NL:RBDHA:2020:15511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgings- en schaderisico's
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende jongvolwassene, diende een asielaanvraag in met de vrees voor bedreiging door familieleden en andere betrokkenen in zijn land van herkomst. De rechtbank volgde eiser in zijn identiteit en leeftijd, maar achtte de aangevoerde gronden onvoldoende om te concluderen dat er een reëel risico op vervolging of ernstige schade bestaat zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro.
Eiser stelde dat hij onterecht als volwassene was behandeld in een eerdere procedure, wat hem nadeel zou hebben berokkend, maar dit werd niet concreet onderbouwd en de rechtbank oordeelde dat de beoordeling van zijn aanvraag in het licht van zijn veronderstelde minderjarigheid heeft plaatsgevonden. Tevens was er geen aannemelijk causaal verband tussen de familieconflicten en de dood van zijn vader, noch enige concrete dreiging door zijn ooms.
De vermeende problemen met de vriendinnen van zijn moeder werden eveneens als niet onderbouwde vermoedens beoordeeld. Gezien deze omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.