ECLI:NL:RBDHA:2020:15323
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens onvoldoende medische motivering
Eiseres heeft bij besluit van 18 november 2019 een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ingediend, welke is afgewezen. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. Tijdens de zitting op 30 december 2020 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan waarin verweerder wordt opgedragen het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen.
De rechtbank constateert dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) niet inzichtelijk en concludent is, omdat het cysteuze afwijking van de alvleesklier bij eiseres niet is betrokken in het advies, terwijl dit wel onderkend is. Verweerder krijgt twaalf weken de tijd om dit gebrek te herstellen met een aanvullend schriftelijk standpunt van het BMA.
Totdat het beroep is beslist, wordt de uitzetting van eiseres opgeschort en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.050,-. De rechtbank verleent tevens vrijstelling van griffierecht aan eiseres wegens haar financiële situatie.
De tussenuitspraak betekent dat er nog geen definitieve beslissing is genomen en dat verweerder de mogelijkheid krijgt om het besluit te verbeteren. De rechtbank zal daarna zonder nadere zitting uitspraak doen, tenzij nader onderzoek nodig is.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van eiseres blijft achterwege totdat op het beroep is beslist.