De moeder heeft een verzoek ingediend tegen het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling met betrekking tot haar vier minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld en elders verblijven. Zij stelt dat het besluit te vroeg is genomen, onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende rekening houdt met lopende onderzoeken, waaronder een GGZ-onderzoek naar haarzelf.
De rechtbank stelt vast dat het perspectiefbesluit verstrekkende gevolgen heeft voor de ouders en kinderen en dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek ex artikel 1:262b BW. De rechtbank oordeelt dat het besluit onvolledig en te vroeg is genomen, mede omdat de Beoordelingsboog slechts voor twee van de vier kinderen is afgenomen en de nieuwe jeugdbeschermer nog onvoldoende betrokken was bij het gezin.
De rechtbank beveelt de gecertificeerde instelling aan het perspectiefbesluit te heroverwegen, waarbij de beoordelingsboog voor alle vier de kinderen moet worden afgerond en de uitkomsten van het lopende GGZ-onderzoek naar de moeder moeten worden meegenomen. Tevens wordt benadrukt dat ouders volledige medewerking moeten verlenen aan de samenwerking met de nieuwe jeugdbeschermer. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en benadrukt het belang van zorgvuldige communicatie over het perspectiefbesluit richting ouders.