ECLI:NL:RBDHA:2020:15316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, die de Algerijnse nationaliteit heeft, is op 2 oktober 2020 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft geen zitting gehouden en het beroep inhoudelijk beoordeeld op basis van de ingediende stukken.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel bevestigd tot het moment van het sluiten van het onderzoek. Nu is alleen beoordeeld of de maatregel sinds dat moment rechtmatig is voortgezet. Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is vanwege de langdurige coronacrisis en de daarmee samenhangende beperkingen, zoals het stilvallen van vliegverkeer en de behandeling van laissez-passeraanvragen.
De rechtbank stelt vast dat een laissez passer voor eiser is aangevraagd en dat de Algerijnse autoriteiten niet hebben aangegeven de aanvraag niet te behandelen. De coronamaatregelen worden gezien als een tijdelijke belemmering en niet als een reden om de maatregel van bewaring te beëindigen. Tevens rust op eiser de verplichting om actief mee te werken aan zijn terugkeer, waaronder het overleggen van documenten ter onderbouwing van zijn identiteit. De rechtbank concludeert dat eiser niet alle mogelijkheden heeft benut om zijn identiteit te onderbouwen en dat er geen reden is om aan te nemen dat verwijdering niet mogelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.