Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Poolse nationaliteit, is op 16 december 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat de openbare orde dit vereiste vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontlopen.
Eiser betwistte slechts twee van de zware gronden (3b en 4c), maar de rechtbank oordeelde dat de overige gronden (3a en 3c) voldoende waren om de bewaring te dragen. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, maar de rechtbank stelde vast dat binnen zes dagen na oplegging van de maatregel de eerste vertrekhandeling had plaatsgevonden, wat volgens jurisprudentie voldoende is.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij bij zijn vriendin kon verblijven en zelfstandig kon vertrekken. De rechtbank vond dat verweerder terecht had geoordeeld dat geen lichter middel doeltreffend was, mede omdat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting en eerder na uitzetting terugkeerde naar Nederland.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.