ECLI:NL:RBDHA:2020:15209

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 december 2020
Publicatiedatum
25 oktober 2021
Zaaknummer
20-21526
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 96 lid 3 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting maatregel bewaring wegens weigering coronatest

Eiser is op 21 november 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel al eerder getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld tot het moment van het sluiten van het onderzoek.

Eiser stelt dat de vlucht naar Duitsland onterecht is geannuleerd omdat hij niet wilde meewerken aan een coronatest, terwijl verweerder niet heeft onderbouwd dat een negatieve test voorwaarde is voor overdracht. De rechtbank oordeelt dat Duitsland het overleggen van een negatieve coronatest verplicht stelt en dat verweerder voldoende voortvarend handelt. De termijn van maximaal zes weken bewaring is nog niet verstreken, waardoor verweerder nog tijd heeft om de overdracht te realiseren.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.21526
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Bruin)

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 november 2020 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 december 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 december 2020 van rechtbank Den Haag (in de zaak NL20.20154) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor
zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de vlucht naar Duitsland heeft geannuleerd, omdat hij niet wilde meewerken aan de coronatest. Verweerder heeft immers niet onderbouwd dat een negatieve coronatest een voorwaarde is voor een overdracht aan Duitsland. Hiermee werkt verweerder onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser.
4. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt. De vlucht van 11 december 2020 is geannuleerd, omdat eiser niet wilde meewerken aan een coronasneltest. Hier kon verweerder verder niets aan doen. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat Duitsland het overleggen van een negatief testresultaat verplicht stelt bij de overdracht. De rechtbank acht deze toelichting voldoende. Het is namelijk bepaald niet ongebruikelijk dat landen thans een negatief testresultaat verlangen, alvorens zij personen op hun grondgebied toelaten. De rechtbank ziet geen aanleiding voor de veronderstelling dat dit in Duitsland anders is. Aangezien eiser op grond van artikel 59a van de Vw maximaal zes weken vanaf het claimakkoord in bewaring mag worden gehouden en deze termijn nog niet is verstreken, heeft verweerder nog tijd om de overdracht te bewerkstelligen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 december 2020

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.