ECLI:NL:RBDHA:2020:15198
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verlenging termijn herstel gebreken in machtiging voorlopig verblijf nareis vanwege coronacrisis
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende een machtiging tot voorlopig verblijf nareis heeft de rechtbank Den Haag bij tussenuitspraak van 15 oktober 2020 verweerder een termijn van zes weken gegeven om gebreken te herstellen. Verweerder heeft tijdig verzocht om verlenging van deze termijn vanwege de coronapandemie, waardoor onderzoek op ambassades momenteel niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat het verzoek om verlenging voldoende is gemotiveerd, mede gelet op de uitzonderlijke omstandigheden rondom COVID-19 en het feit dat geen enkele ambassade momenteel onderzoek uitvoert. De rechtbank acht het reëel om een termijn van zes maanden te hanteren voor het herstel van de gebreken, met name omdat nader DNA-onderzoek en het horen van referent en eiseres nog moeten plaatsvinden.
De rechtbank besluit de termijn te verlengen van zes weken naar zes maanden, ingaande op de dag van verzending van de eerste tussenuitspraak (19 oktober 2020). Tevens wordt iedere verdere beslissing aangehouden tot de einduitspraak in deze zaak. Verweerder dient de rechtbank direct te informeren indien hij besluit af te zien van nader onderzoek.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het herstel van gebreken door verweerder tot zes maanden vanwege de coronapandemie.