Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 11 juli 2019 (het bestreden besluit I) en aanvullend besluit van 30 juni 2020 (het bestreden besluit II) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Voorts heeft eiser gesteld dat hij is te beschouwen als afvallige. Zijn afvalligheid is een proces geweest, waarbij geen sprake was van een ommekeer per een bepaalde datum in 2016. Hij heeft steeds meer afstand genomen van de Islam tot het daadwerkelijke afscheid medio 2018. Het geloof was voor hem een gegeven, omdat dit gebruikelijk was in Afghanistan. Hij vond hier altijd wel iets van, maar zei er niets van om geen problemen te krijgen. Dit veranderde door de problemen die maakten dat hij Afghanistan verliet. Hij heeft nog zeker 1,5 jaar geworsteld voor hij definitief afstand heeft genomen. Niet valt in te zien waarom zijn relaas tegenstrijdig of summier zou zijn. Als hij weer in Afghanistan zou zijn, kan hij niet anders dan hierover praten, omdat hem vragen zullen worden gesteld over waarom hij niet meer bidt.
Ook heeft hij in dit aanvullende gehoor verklaard dat hij sinds twee jaar ongeveer geen schuldgevoelens meer heeft als hij een gebed had gemist.