ECLI:NL:RBDHA:2020:15175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen zwaar inreisverbod wegens opiumdelicten
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, verblijft sinds 2006 in Nederland zonder rechtmatig verblijf. Op 29 april 2020 legde de staatssecretaris een zwaar inreisverbod van tien jaar op wegens een veroordeling voor opiumdelicten, gebaseerd op artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat de wettelijke grondslag onjuist was en dat de strafrechtelijke veroordeling onvoldoende was om te concluderen dat hij een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt. De rechtbank stelde vast dat de wettelijke grondslag onjuist was gekozen, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe om dit gebrek te passeren omdat eiser niet was benadeeld.
De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke veroordeling voldoende is om het inreisverbod te rechtvaardigen. Er is rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop. Het beroep werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van €1.050,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het zwaar inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.