ECLI:NL:RBDHA:2020:15174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende gemotiveerde beoordeling afvalligheid en bekering
Eiser, een Iraanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van onvoldoende geloofwaardigheid van deze beweringen. De rechtbank oordeelde eerder dat de motivering van de afwijzing onvoldoende was en gaf opdracht tot herbeoordeling.
In het bestreden besluit baseerde de staatssecretaris zich op de Werkinstructie 2019/18 Bekeerlingen om de geloofwaardigheid te toetsen, maar de rechtbank constateert dat de motivering tekortschiet. De verklaringen van eiser over zijn afvalligheid en bekering zijn niet adequaat weerlegd en eerdere uitspraken die deze verklaringen ondersteunen zijn niet weerlegd.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de afvalligheid en bekering ongeloofwaardig zouden zijn, terwijl eiser concrete en consistente verklaringen heeft gegeven over zijn geloofsafkeer en bekering. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt op tot een nieuw besluit binnen zes weken, waarbij de proceskosten van eiser worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde beoordeling van de geloofwaardigheid van afvalligheid en bekering.