ECLI:NL:RBDHA:2020:15123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horeca vanwege drugsaanwijzingen
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van een horecagelegenheid in Gouda. Het primaire besluit tot sluiting was genomen vanwege de aanwezigheid van drugs in het pand, en het bezwaar van verzoeker was ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het spoedeisend belang van verzoeker onvoldoende was, mede omdat de horeca-inrichting nog tot 13 juni 2020 gesloten moest blijven en vanwege de coronamaatregelen tot 20 mei 2020 alle horeca gesloten moest blijven. Daarnaast bood het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden die rechtvaardigen dat het eerdere afwijzende oordeel zou worden herzien.
De aangevoerde nieuwe verklaringen werden niet als voldoende aannemelijk beschouwd om het eerdere besluit te wijzigen. De voorzieningenrechter benadrukte dat de bevoegdheid tot bestuursdwang niet wordt beperkt door de stelling dat verzoeker zelf niet handelt in drugs. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en zonder zitting afgewezen.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horecagelegenheid wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en gebrek aan nieuwe feiten.