ECLI:NL:RBDHA:2020:15122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning en uitvaardiging terugkeerbesluit na sepot mensenhandel
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, beschikte over een tijdelijke verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden' in verband met een onderzoek naar zijn aangifte van mensenhandel. Dit onderzoek werd op 9 augustus 2019 door de officier van justitie geseponeerd, waardoor de beperking op de verblijfsvergunning kwam te vervallen.
Verweerder heeft daarop de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en een terugkeerbesluit opgelegd, waarin eiser werd opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd omdat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft. De rechtbank benadrukt dat indien eiser meent dat terugkeer onveilig is, hij een asielvergunning moet aanvragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.