ECLI:NL:RBDHA:2020:15097

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 november 2020
Publicatiedatum
1 september 2021
Zaaknummer
NL20.19196
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8 EVRMArt. 29 lid 1 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens meerderjarigheid en veilig land van herkomst Marokko

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en geboren in 1999, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege familiale problemen en geweld bij zijn vader op straat moest leven en naar Nederland kwam om onderwijs te volgen.

De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser meerderjarig is, Marokko een veilig land van herkomst is en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt. Eiser betwistte zijn meerderjarigheid en het veilige karakter van Marokko, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.

De rechtbank overwoog dat het leeftijdsonderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het algemene rechtsvermoeden van veiligheid in Marokko niet is doorbroken. Ook het argument dat het inreisverbod onrechtmatig is vanwege sociale contacten in Nederland en Europa werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.19196
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.19197, plaatsgevonden op 24 november 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1999] .
2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij op straat moest gaan leven nadat zijn moeder was overleden en zijn vader is hertrouwd en jegens eiser gewelddadig was en hem uit huis heeft gestuurd. Eiser kon niet in zijn levensonderhoud voorzien en is vervolgens naar Nederland gekomen om naar school te gaan en een beroep te leren.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende niet-relevante elementen:
  • economische motieven;
  • problemen met zijn vader.
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser wordt wel relevant geacht.
4. Verweerder heeft zich over de hiervoor genoemde elementen op het standpunt gesteld dat dit in de familiesfeer gelegen motieven betreffen, welke geen raakvlakken hebben met het Vluchtelingenverdrag, dan wel zouden leiden tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Eiser heeft zijn identiteitsgegevens niet door middel van identificerende documenten onderbouwd en uit een onafhankelijke leeftijdsschouw blijkt dat eiser - anders dan hij heeft verklaard - evident meerderjarig is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Marokko voor hem niet kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
Leeftijdsonderzoek
5. Eiser voert aan dat hij wel minderjarig is. Dat de personen die de leeftijdsschouw hebben uitgevoerd, hiervoor zijn opgeleid, is niet aangetoond. Verweerder heeft op zitting verklaard dat enkel hiervoor opgeleide medewerkers leeftijdsschouwen uitvoeren.
6. Gelet op de verklaring van verweerder ter zitting en nu eiser zijn stelling dat dit anders zou zijn, niet nader heeft onderbouwd, bestaat geen grond voor het oordeel dat de werkwijze van verweerder onzorgvuldig is geweest. De beroepsgrond slaagt niet.
Veilig land van herkomst
7. Eiser voert voorts aan dat Marokko voor hem niet kan worden aangemerkt als een veilig land van herkomst. Eiser legt hiertoe informatie over betreffende de algemene situatie in Marokko.
8. De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 19 maart 20191 heeft overwogen dat Marokko terecht is aangewezen als veilig land van herkomst. Daarom bestaat er een algemeen rechtsvermoeden dat vreemdelingen uit Marokko geen internationale bescherming nodig hebben. Het ligt dus op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Marokko voor hem vanwege zijn specifieke omstandigheden niet veilig is.
9. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd. Eiser heeft verklaard in Marokko op straat te leven en naar Nederland te zijn gekomen om naar school te gaan en een beroep te leren. Deze motieven zijn niet te herleiden tot enige grond in het Vluchtelingenverdrag of in artikel 3 van Pro het EVRM welke tot verblijf in Nederland zouden kunnen leiden. De informatie waarnaar in beroep wordt verwezen, betreft de algemene situatie in Marokko. Eiser heeft niet nader aangeduid in hoeverre de informatie in deze stukken betrekking heeft op zijn persoonlijke situatie. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Marokko in een situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM Pro terecht zal komen. De beroepsgrond slaagt niet.
Inreisverbod
10. Eiser voert voorts aan dat het opleggen van een inreisverbod in strijd is met het bepaalde in artikel 8 van Pro het EVRM. Hij heeft hier vrienden gemaakt en heeft meerdere vrienden in andere Europese landen. Eiser wil de mogelijkheid hebben om die vrienden te bezoeken.
11. De rechtbank is van oordeel dat de stelling dat eiser vrienden in Nederland en in Europa heeft, zonder nadere onderbouwing niet kan leiden tot het oordeel dat hierdoor het inreisverbod onrechtmatig is opgelegd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
12. Eiser komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
13. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op
30 november 2020
en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.