Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
1.1 Eiser 2 is samen met zijn oma [naam 1] naar Nederland gereisd op grond van een mvv nareis. De referent in die nareisprocedure was [naam 3], een zoon van de oma van eiser 2. Eiser 2 is daarbij gepresenteerd als pleegkind van zijn oma en pleegbroer van [naam 3]. Eiser heeft vanaf zijn eerste levensjaar bij zijn oma en haar gezin gewoond. Zijn vader heeft Eritrea verlaten toen hij vier maanden oud was. Zijn moeder heeft Eritrea verlaten toen hij bijna één jaar oud was. Op 6 juni 2017 heeft eiser 2 zich gemeld in Ter Apel en op 8 juni 2017 is hem een afgeleide verblijfsvergunning verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw [1] . De ouders van eiser 2 hebben middels de ondertekende “toestemmingsverklaring achterblijvende ouder” ingestemd met het vertrek van eiser 2 naar Nederland.
23 december 2009, in de zaak Deticek/Sguelgia [7] . Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt verder dat verstoring van de banden tussen ouders en hun kind grote gevolgen kunnen hebben. Zie ‘Ama’s, pleeggezinnen en besluitvorming’ van J. Kalverboer, J. Faber en E. Zijlstra. Het recht om in elkaars fysieke nabijheid te zijn is wezenlijk aan het recht op respect voor het gezinsleven.