Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 15 oktober 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser heeft het bestreden besluit aangevochten en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. Tijdens de zitting op 2 november 2020 is vastgesteld dat eiser de gronden van de bewaring niet heeft bestreden, maar wel aanvoert dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting, mede vanwege een lopende laissez-passer aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder wel degelijk voortvarend handelt, zoals blijkt uit regelmatige rappelleeracties sinds februari 2020 en dat verweerder afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten voor de afgifte van de laissez-passer. Tevens rust op eiser de verplichting tot volledige medewerking aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, waarvan niet is gebleken dat hij dit volledig heeft gedaan.
Verder is niet gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Duitsland op basis van een lopende asielaanvraag, zoals hij heeft gesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wegens geen rechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.