Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
1gegrond verklaard en
2ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarna het bestreden besluit genomen.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse staatsburger met een handicap, verzocht in 2018 om een verblijfsvergunning asiel. Zijn aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, maar een eerdere uitspraak verklaarde het beroep gegrond en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Na een nieuw besluit bleef de aanvraag afgewezen.
Eiser baseerde zijn asielverzoek op discriminatie vanwege zijn handicap in Irak en registratie als vluchteling door de UNHCR in Syrië. De rechtbank oordeelde dat de erkenning door de UNHCR op een prima facie basis was en geen individuele beoordeling van zijn asielmotieven inhield. Verweerder had het individuele relaas van eiser op geloofwaardigheid getoetst en concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Irak niet op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren of dat hij behoort tot een sociale groep die systematisch vervolgd wordt. Ook de stelling dat terugkeer leidt tot een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie werd niet bewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van individuele vervolging en materiële deprivatie.