ECLI:NL:RBDHA:2020:14907
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 20 oktober 2020. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 2 november 2020, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL20.18559). Tijdens de zitting was verzoekster aanwezig met haar gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de gelijktijdige behandeling en de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra en griffier M.M. van Luijk-Salomons op 5 november 2020 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.