ECLI:NL:RBDHA:2020:14906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Denemarken
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende op 14 juli 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres reeds internationale bescherming heeft gekregen in Denemarken, waar zij een verblijfsvergunning had tot 8 januari 2020 en een verlengingsaanvraag loopt.
De rechtbank toetste of het besluit van de Staatssecretaris juist was op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiseres voerde aan dat het Deense beleid was gewijzigd en dat zij teruggestuurd zou worden naar Syrië, waar zij gevaar loopt. De rechtbank vond echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor deze stellingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het vertrouwensbeginsel jegens Denemarken en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in Denemarken niet beschermd zou worden. Ook de klachten over achterstelling en mishandeling van haar kinderen in Denemarken werden niet voldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag omdat eiseres internationale bescherming geniet in Denemarken.