ECLI:NL:RBDHA:2020:14883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid en tegenstrijdige verklaringen
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit en nationaliteit geloofwaardig zijn, maar dat zijn verhaal over de aanleiding van zijn vlucht niet geloofwaardig is vanwege tegenstrijdigheden tussen zijn verklaringen in Nederland en Duitsland.
Eiser gaf verschillende redenen voor de steekpartij op zijn vrouw, variërend van relatieproblemen tot een vakantie naar Turkije, wat de geloofwaardigheid van zijn asielverhaal ondermijnt. Daarnaast kon eiser niet aannemelijk maken dat hij zich in een levensbedreigende situatie bevond tussen 2015 en 2018, noch dat hij gegronde vrees had voor vervolging bij vertrek uit Irak.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft gewezen op het ontbreken van onderbouwing met documenten en op het feit dat eiser vrijwillig terugkeerde naar Irak in 2017. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.