Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek op 22 juli 2020 af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 21 augustus 2020, samen met de bodemzaak NL20.14705.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien nog niet op het beroep is beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de bodemzaak, was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €525,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kostenvergoeding wordt betaald aan de rechtsbijstandverlener, aangezien verzoeker een toevoeging had ontvangen.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier M.L. Bressers op 28 augustus 2020. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten.