ECLI:NL:RBDHA:2020:14833
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Spanje onder COVID-19 omstandigheden
Verzoeker heeft op 20 februari 2020 een asielaanvraag ingediend, die niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn feitelijke overdracht aan Spanje gepland op 3 september 2020, mede vanwege de toegenomen coronabesmettingen en het gewijzigde reisadvies van geel naar oranje.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks de toename van coronagevallen in Spanje, dit niet leidt tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor verzoeker bij overdracht. Verweerder heeft toegelicht dat overdrachten sinds 1 juli 2020 weer plaatsvinden met de veiligheid als uitgangspunt, en dat verzoeker zelf ook verantwoordelijk is om besmettingsrisico’s te beperken door de richtlijnen van de Spaanse autoriteiten te volgen.
Het gewijzigde reisadvies en de kleurcode oranje verhinderen de overdracht niet, aangezien het een reisadvies voor Nederlanders betreft en niet een oordeel over de bevoegdheid tot overdracht. De Dublinverordening vereist dat een Dublinclaimant binnen zes maanden wordt overgedragen, wat hier uiterlijk op 3 september 2020 moet gebeuren.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen de feitelijke overdracht geen redelijke kans van slagen heeft en dat de belangen van verzoeker niet zwaarder wegen dan die van verweerder. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Spanje wordt afgewezen.