Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- contante stortingen (ten bedrage van (ongeveer) 136.910 EURO) op de rekening van [bedrijf 1] , althans contante (ontvangen) geldbedragen (afkomstig van (contante) huurontvangsten voor woningen aan de [adres 1] (ten bedrage van (in totaal) (ongeveer) 49.350 EURO) en/of [adres 2] (ten bedrage van (in totaal) (ongeveer) 50.600 EURO) en/of [adres 3] te Den Haag (ten bedrage van (in totaal) (ongeveer) 36.960 EURO), en/of
- (netto) loonbetalingen aan een of meerdere personen ten bedrage van (in totaal) (ongeveer) 59.101,97 EURO,
in privé en/ofals (feitelijk) bestuurder en/of aandeelhouder van (de ondernemingen van) [bedrijf 2] ), één of meerdere voorwerpen, te weten één of meerdere (contante) geldbedragen (van in totaal (ongeveer) 368.010 EURO (te weten 378.480 EURO minus 10.470 EURO
(zie AMB366, pag. 7285))
en/of (ongeveer) 189.155 EURO (te weten 204.925 EURO minus 15.770 EURO (zie AMB390, pag. 7513))), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemde voorwerpen/geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, van welk misdrijf de verdachte een gewoonte heeft gemaakt en/of welk misdrijf verdachte pleegde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
3.Waardering van het bewijs
- een e-mailbericht van [medeverdachte 1] aan de verdachte [verdachte] met het verzoek om het loon van mevrouw [naam 8] te corrigeren;
- een overzicht werkgeverskosten [bedrijf 1] met de namen van de personeelsleden [medeverdachte 3] , [naam 4] , [naam 9] , [naam 5] en [naam 6] ;
- salarisspecificaties van [naam 6] , [naam 4] , [naam 8] , [naam 11] , [naam 9] , [medeverdachte 3] .
1 januari 2018 tot en met mei 2018te Nootdorp en/of Rijswijk en/of Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander (al dan niet als feitelijk bestuurder van [bedrijf 1] ) meerdere geldbedragen, te weten:
17.260,28EURO) op de rekening van [bedrijf 1] , afkomstig van contante huurontvangsten voor woningen aan de [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] te Den Haag
1 januari 2018 tot en met mei 2018te Nootdorp en/of Rijswijk en/of Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander (al dan niet als feitelijk bestuurder van [bedrijf 1] ) meerdere geldbedragen, te weten:
43.581,31EURO,
deverdachte pleegde in de uitoefening van zijn bedrijf;
[bedrijf 2]), contante geldbedragen van in totaal 368.010 EURO (te weten 378.480 EURO minus 10.470 EURO) en 189.155 EURO (te weten 204.925 EURO minus 15.770 EURO)), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat voornoemde geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, van welk misdrijf de verdachte een gewoonte heeft gemaakt en/of welk misdrijf verdachte pleegde in de uitoefening van zijn bedrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
28 (achtentwintig) maanden;