ECLI:NL:RBDHA:2020:14796
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheidsbesluit asielaanvraag
Verzoeker, een Nicaraguaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 14 april 2020. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 24 augustus 2020, waarbij verzoeker werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was, werd het beroep behandeld samen met de bodemzaak. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarna de Staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Gezien het eerdere terugkeerbesluit van 26 november 2019 en de uitkomst van de bodemzaak, achtte de voorzieningenrechter het noodzakelijk het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Verweerder werd verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op de aanvraag is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €525,-.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering uit Nederland verboden totdat op de aanvraag is beslist.