Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 10 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De vergunning is verleend met ingang van 15 november 2018, geldig tot 15 november 2023.
Overwegingen
[2000] .
15 november 2018.
11 december 2018 heeft verweerder verklaard dat opnieuw op de asielaanvraag van
21 augustus 2018 zal worden beslist. Gelet op het voorgaande zou de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd 17 augustus 2018 moeten zijn dan wel
21 augustus 2018 dan wel 22 augustus 2018, aldus eiser.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning is gesteld op 15 november 2018;
22 augustus 2018 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
mr. S.J. van Ravenhorst, griffier.