Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 28 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Overwegingen
Eiseres wijst erop dat zij verifieerbare informatie heeft gegeven over de school, de leerkrachten en diverse mensen die haar identiteit zouden kunnen bevestigen. Gezien de samenwerkingsverplichting als bedoeld in artikel 31, tweede en zesde lid, van de Vw, moet haar identiteit niet meer in twijfel worden getrokken. Nu eiseres in bewijsnood is, is subsidiair ook nader onderzoek mogelijk en geïndiceerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de vorm van een individueel ambtsbericht.
Verder betrekt de rechtbank dat verweerder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat eiseres een sociaal vangnet heeft in Guinee. Niet is gebleken dat ze contact heeft opgenomen met bijvoorbeeld haar stiefmoeder en voldoende inspanningen heeft verricht om aan documenten, zoals de door eiseres genoemde huwelijksakte, te komen. De rechtbank merkt hierbij op dat hierna onder 8. wordt overwogen dat verweerder de verklaring dat eiseres door haar stiefmoeder is verstoten ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande op het standpunt mogen stellen dat er onvoldoende aanleiding is om bewijsnood aan te nemen. Van strijd met de samenwerkingsverplichting is de rechtbank niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.
Voorts valt niet in te zien dat eiseres vervolgens nog een paar maanden bij de christelijke vriend kan logeren zonder dat zij zelf problemen heeft ondervonden.
Conclusie
Beslissing
mr. S.J. van Ravenhorst, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.