Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, sinds 1991 in Nederland verblijvend en houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd wegens een ernstige bedreiging van de openbare orde. Dit volgde op een veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag op zijn ex-vrouw in 2013.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gevaar actueel was. Na hernieuwde beslissing handhaafde verweerder het besluit, waarop eiser opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft gesteld dat het ernstige delict nog steeds een actueel gevaar vormt, mede omdat eiser geen therapie of hulp heeft gezocht en verblijft in een Extra Zorg Voorziening.
De rechtbank wijst het beroep af en verleent eiser vrijstelling van griffierecht wegens gebrek aan inkomen en vermogen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier A.G.C. Bulten op 24 september 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.