Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2020 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Toestemmingsverklaring
Wat in de bestuurlijke fase over deze gestelde familierechtelijke relatie is gesteld en is overgelegd, zou in beginsel wel reden zijn om eiseressen middels nader onderzoek (in de vorm van een DNAonderzoek of een identificerend gehoor) in de gelegenheid te stellen om de gestelde familierechtelijke relatie tussen referent en eiseressen 2 tot en met 4 aannemelijk te maken. Hieraan is verweerder vanwege het onder 4.2. vermelde niet toegekomen.
Evenmin heeft zij aannemelijk gemaakt waarom zij geen toestemmingsverklaringen kan overleggen. Immers, niet is gebleken van afdoende inspanningen om de vaders te traceren. Referent heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de vaders niet in staat zijn om hun identiteit en hun familierechtelijke relatie met eiseressen 2 tot met 4 aan te tonen.
Daarom heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag bij het bestreden besluit gehandhaafd.
Voor zover eiseressen menen dat de gewijzigde feiten en omstandigheden tot verlening van een mvv in het kader van nareis moeten leiden, dienen zij daartoe een opvolgende aanvraag bij verweerder in te dienen.
feitelijke gezinsbandtussen de ouder/referent en zijn kind(eren) voor wie hij in het kader van nareis gezinshereniging vraagt en het overleggen van een
toestemmingsverklaringvan een achterblijvende biologische ouder die mede met het
ouderlijk gezagover vorenbedoelde kind(eren) is belast, zijn twee van de cumulatieve
voorwaardenwaaraan in zaken zoals de onderhavige moet worden voldaan ter verkrijging van een mvv. Van het meten met twee maten is geen sprake.
niet meeren de vaders van eiseressen 3 en 4
nimmerhet onderlijk gezag hebben uitgeoefend omdat zij geen rol hebben gehad in de opvoeding en verzorging van hun dochters. Tussen de vaders en hun dochters was geen sprake (meer) van een feitelijke gezinsband. Eiseressen hebben met verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 maart 2019, C-635/17, E. t. Nederland [1] , betoogd dat verweerder eiseres 2 had moeten horen over het niet in beeld zijn van haar vader bij haar opvoeding en verzorging.