ECLI:NL:RBDHA:2020:14530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse vrouw wegens ongeloofwaardig relaas en geen 15c-situatie
Eiseres, een Afghaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat zij mishandeld was door haar ex-man, een Taliban-commandant, en bedreigd werd vanwege haar hertrouwen met een man in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een situatie die een verblijfsvergunning rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het relaas terecht ongeloofwaardig vond, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van onderbouwing. Ook werd geoordeeld dat eiseres niet als alleenstaande Afghaanse vrouw in aanmerking kwam, omdat zij getrouwd was met een man die in Afghanistan met haar kon samenwonen.
Verder werd vastgesteld dat de situatie in Afghanistan niet voldeed aan de hoge eisen van artikel 15c van de Definitierichtlijn, ondanks de door eiseres aangevoerde rapporten over geweld. Ten slotte werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro afgewezen omdat de belangenafweging niet in haar voordeel uitviel.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en het ontbreken van een 15c-situatie.