ECLI:NL:RBDHA:2020:14495
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het verzoek tot herziening van de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af te wijzen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening slechts kan worden verleend indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL19.28691), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 13 oktober 2020 door rechter L.A. Banga.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.