ECLI:NL:RBDHA:2020:14399
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met het argument dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting vond plaats op 25 augustus 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist in een aanverwante zaak (NL20.15428), is het verzoek om voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk en wordt het afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, op 21 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.