Uitspraak
Rechtbank den haag
1.DHM INFRA B.V.te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen,
JELMER B.V.te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen,
GRONDWERK PROJECTMANAGERS B.V.te Amsterdam,
1.De procedure
2.De feiten
“Op het onderdeel f) scoort u naar het oordeel van de beoordelingscommissie matig, is de wijze van invulling niet overtuigend en laat opening voor interpretatie. De verstrekte informatie op de onderdelen a), b), c) en d) is als goed beoordeeld en op het onderdeel e) scoort u uitstekend.”
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
nietin lijn met, of beter dan, de best scorende inschrijvingen heeft gescoord en dat acht de voorzieningenrechter in dit geval voldoende. Weliswaar ontbreekt bij b, c en d de reden waarom op dat specifieke kenmerk niet de maximale score is toegekend (bij e is de maximale score toegekend; dat behoeft geen toelichting), maar het gaat er in kern om dat duidelijk is wat de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving zijn. De voorzieningenrechter acht het ontbreken van een toelichting op deze onderdelen dan ook niet redengevend om de motivering onvoldoende te achten. Overigens heeft de Gemeente op deze onderdelen mondeling wel een uitgebreide nadere onderbouwing gegeven, zoals blijkt uit het schriftelijk verslag van deze toelichting.
“de mondelinge toelichting stelt de inschrijver in staat de opdrachtgever te overtuigen van voldoende begrip en gevoel bij de vraag in de inschrijvingsleidraad, een juiste aansluiting bij perceel waarop Inschrijver reageert; voldoende begrip en gevoel van positie lbDH binnen het fysieke domein van de gemeente Den Haag; opdrachtgever te overtuigen van voldoende betrouwbaarheid en servicegerichtheid Inschrijver en intentie tot samenwerking en begrip wat nodig is bij lbDH. Tot slot verwijst Opdrachtgever naar de tabel onder 5.3 van de leidraad.”