ECLI:NL:RBDHA:2020:14331
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens intrekking bestreden besluit
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Staatssecretaris heeft vervolgens het bestreden besluit ingetrokken en aangegeven de asielaanvraag inhoudelijk te zullen behandelen. De rechtbank heeft in de hoofdzaak het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het treffen van een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en tevens geen proceskostenveroordeling opgelegd, aangezien het intrekken van het besluit nieuwe omstandigheden betrof die het verzoek overbodig maakten.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar zal indien nodig alsnog openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens intrekking van het bestreden besluit.