ECLI:NL:RBDHA:2020:14325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkheid beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 juli 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De behandeling van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 19 augustus 2020 te Utrecht. Verzoeker was niet persoonlijk aanwezig maar werd vertegenwoordigd door een waarnemer van zijn gemachtigde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Gezien deze beslissing in de hoofdzaak zag de voorzieningenrechter geen grond om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Ramsaroep en griffier E. Kersten, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.