Bung Linden BV verzocht de rechtbank om heroverweging van een Europees betalingsbevel dat op 13 november 2019 tegen haar was uitgevaardigd en op 29 januari 2020 uitvoerbaar was verklaard. Zij stelde dat zij pas op 8 april 2020 kennis had genomen van het betalingsbevel en dat de termijn voor het indienen van verweer daardoor niet was gaan lopen.
De rechtbank stelde vast dat het betalingsbevel op 14 november 2019 namens Bung Linden BV in ontvangst was genomen, zoals blijkt uit een ondertekende ontvangstbevestiging. Hierdoor was het voor Bung Linden BV mogelijk om binnen de daarvoor geldende termijn van 30 dagen verweer te voeren. De termijn voor het verzoek tot heroverweging van het betalingsbevel is volgens de rechtbank daarom ook op dat moment gaan lopen.
Omdat het verzoek tot heroverweging pas op 30 april 2020 werd ingediend, is dit niet tijdig gebeurd binnen de vier weken na bekendwording van de gronden voor heroverweging. De rechtbank verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en wees het af. De beschikking werd gegeven door mr. H.J. Vetter en op 3 december 2020 in het openbaar uitgesproken.