ECLI:NL:RBDHA:2020:14279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf minderjarige familieleden wegens geen onaanvaardbare toekomst in Turkije
Eisers, minderjarige kinderen met de Turkse nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij hun oma, de referente, in Nederland te verblijven. De Staatssecretaris wees dit af omdat niet was aangetoond dat zij in Turkije geen aanvaardbare toekomst hadden en er geen beschermenswaardig familieleven bestond tussen eisers en de referente.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van familieleden onvoldoende objectieve onderbouwing bieden dat zij niet voor eisers kunnen zorgen. Medische stukken tonen geen onaanvaardbare toekomst aan, en economische omstandigheden in Turkije zijn geen reden voor verblijf in Nederland. Ook is onvoldoende gebleken van hechte persoonlijke banden tussen eisers en de referente, waardoor artikel 8 EVRM Pro niet wordt geschonden.
De rechtbank concludeert dat de voorwaarden voor verlening van de machtiging niet zijn vervuld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga op 24 september 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt bevestigd.