ECLI:NL:RBDHA:2020:14263
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd. Tijdens de zitting op 15 september 2020, die samen met een soortgelijke zaak is behandeld, waren verzoeker en zijn gemachtigde afwezig, terwijl de gemachtigde van de verweerder aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer en bekendgemaakt op 17 september 2020.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de hoofdzaak is behandeld.