ECLI:NL:RBDHA:2020:14246
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens bescherming in Duitsland
Eiser, een Syriër geboren in 1983, diende op 7 september 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 omdat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland.
Eiser betwistte dit en stelde dat zijn rechtspositie in Duitsland slechter is, onder meer vanwege het ontbreken van gezinshereniging, sociale voorzieningen en taalbarrières. De rechtbank onderzocht de situatie en concludeerde dat eiser subsidiaire bescherming geniet in Duitsland, bevestigd door Duitse rechterlijke uitspraken.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen, tenzij concrete aanwijzingen ontbreken. Er is geen bewijs dat Duitsland artikel 3 EVRM Pro schendt. De persoonlijke omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van verweerder om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.