ECLI:NL:RBDHA:2020:14236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en intrekking verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in nadat hij in Nederland was binnengekomen met een verblijfsvergunning op grond van nareis. Verweerder wees de aanvraag af en trok de eerder verleende verblijfsvergunning in vanwege ernstige redenen om aan te nemen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven tegen de menselijkheid tijdens zijn militaire dienst in Eritrea, waaronder marteling en willekeurige gevangenneming.
De rechtbank stelde vast dat eiser persoonlijk betrokken was bij deze misdrijven, zoals het toepassen van de 'Otto'-martelmethode en het langdurig opsluiten van dienstplichtigen. Ondanks betwisting van eiser en zijn verzoek om een aanvullend 1F-gehoor, concludeerde de rechtbank dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende bewijs heeft geleverd.
De rechtbank oordeelde dat eiser een actueel, werkelijk en ernstig gevaar vormt voor de openbare orde en dat de belangenafweging van verweerder zorgvuldig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod van tien jaar gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod van tien jaar wordt gehandhaafd.